27 maart 2017 Ranknet

Waarom Google Yahoo (en andere zoekmachines) ver achter zich liet

Halverwege de jaren negentig brak het gouden tijdperk van de zoekmachines aan. Het internet nam in een razend tempo toe aan populariteit en alles was mogelijk. Om in die nieuwe brij te vinden wat je zocht, werden zoekmachines in het leven geroepen.

Enkele namen uit die tijd zijn Yahoo, AltaVista, Google, MSN Search (later Windows Live Search, nu Bing) en Ask Jeeves (nu Ask). Er waren nog veel meer zoekmachines, maar dit zijn de bekendste namen waarvan de meesten nu nog in meer of mindere mate bestaan.

Van de tientallen zoekmachines die de jaren negentig en de beginjaren van 2000 rijk waren zijn er nog maar een paar over en de onderlinge verhoudingen zijn, qua grootte, extreem. Google is veruit de grootste met een marktaandeel van ongeveer 80%.

De eerstvolgende zoekmachines zijn Bing, Yahoo en Baidu. Bing is de laatste zoekmachine van Microsoft in een serie van eerdere zoekmachines (zoals MSN Search en Windows Live Search). Baidu is een Chinese zoekmachine en Yahoo was vroeger Google’s grootste concurrent. Dat laatste is voor ons nu relevant.

Google en Yahoo, giganten in verschillende tijden

Want ook al is Yahoo tegenwoordig niet de grootste zoekmachine na Google, ze is vroeger voor een tijd wel de grootste en meest populaire zoekmachine geweest. Als je eind jaren negentig en begin tweeduizend aan iemand vroeg, ‘Wat is de populairste zoekmachine op het internet?’, dan was het antwoord steevast, ‘Yahoo’.

In het begin van het nieuwe millennium kwam daar verandering in en stoomde Google alle andere zoekmachines voorbij. Om te achterhalen waarom het zo is gelopen, vergelijken we in dit blog de huidige marktgigant Google met de voormalig marktgigant Yahoo. We gaan kijken naar de achterliggende infrastructuur, het systeem dat de informatie categoriseerde, naar de relevantie van de zoekresultaten en hoe dat de ontwikkelingen heeft gestuurd.

Twee verschillende richtingen

Het werd zoekmachines al snel duidelijk dat het internet snel zou groeien en dat daarmee de aangeboden en opgevraagde informatie haast exponentieel zou toenemen. Ze moesten dus gaan investeren om in de toekomst ook nog hun diensten te kunnen aanbieden.

logo yahoo

Yahoo

Om dit proces bij te kunnen benen en aan de vraag van de gebruiker te kunnen voldoen, is Yahoo gaan investeren in bestaande systemen om alle data op te slaan. Bij NetApp kon Yahoo in een hoog tempo erg veel data kwijt, waardoor ze heel snel de alsmaar toenemende informatie konden opslaan en verwerken. Voor het ophalen van de opgeslagen informatie maakte Yahoo gebruik van een hiërarchisch systeem om de informatie te categoriseren, net zoals dat in een bibliotheek gebeurt met een kaartenbak.

logo google

Google

Google pakte het anders aan. Ze ontwikkelden hun eigen software-infrastructuur, dat uiteindelijk het Google File System zou gaan heten, met de bedoeling dat dit systeem toekomstige toevoegingen, aanpassingen en updates eenvoudig en in één keer kon verwerken. Daarnaast besloot Google om, in plaats van voort te borduren op het bestaande hiërarchische informatiesysteem, een systeem van kruisverwijzingen te ontwikkelen die de gebruiker in staat stelt om zelf de route van informatie te bepalen. Deze kruisverwijzingen zijn de hyperlinks van en naar websites.

Gevolgen op de korte termijn

In de eerste paar jaar was het beeld voor de internetzoekmachines hetzelfde. Yahoo groeide als kool en greep de dominerende positie in de markt. Google daarentegen bleef een beetje achter. Dit was ook het te verwachten en logische gevolg. Google was een heel nieuw systeem en algoritme aan het ontwikkelen, terwijl Yahoo kon voortborduren op het bestaande systeem en kon investeren om heel snel meer servercapaciteit toe te voegen.

In deze snelgroeiende markt kwam ook al snel een vraag opzetten naar meerdere en meer diverse diensten, en het was precies bij deze diensten dat de eerste problemen bij Yahoo zich aandienden.

Gevolgen op de lange termijn

Met elke nieuwe dienst die Yahoo toevoegde, moesten ze hun hele systeem opnieuw ontwikkelen voor die dienst. Als ze bij één dienst dan een probleem tegenkwamen, moesten ze zit probleem voor elke andere dienst afzonderlijk oplossen. Dit betekende erg veel dubbel werk. Daarnaast werd de hoeveelheid informatie die ze opsloegen en moesten ophalen zo onwijs groot, dat ze het haast niet meer konden bijhouden. En tot overmaat van ramp kwam toen Google ineens langszij met hun eigen ontwikkelde software-infrastructuur en zoekalgoritme.

De opkomst van een gigant

Toen Google hun eigen systeem naar buiten bracht, kwam men er al snel achter dat dit zeer accurate resultaten opleverde. Het nieuwe systeem van Google kon meer informatie aan en, nog belangrijker, het kon uit de steeds groeiende massa van websites de meest relevante opties tevoorschijn toveren. De zelf opgezette software-infrastructuur wierp ook zijn vruchten af. Iedere keer dat Yahoo dubbel werk moest doen om een nieuwe dienst te implementeren, kon Google dat relatief eenvoudig in één keer doen. Dit scheelde in kosten en tijd.

Google kon meer uitvoeren voor minder geld en in een kortere tijd. Gecombineerd met relevantere zoekresultaten zorgde dit ervoor dat steeds meer mensen Google gingen gebruiken en Yahoo links lieten liggen. Uiteindelijk leidde dit tot de marktdominantie die Google op dit moment geniet.

Kan Google nu dan achterover leunen?

Voor een groot gedeelte wel. Ze staan gigantisch sterk door hun eerdere investeringen en ze blijven innoveren. Ze kunnen leren van de fouten die Yahoo maakte (die groeide sneller dan ze aankon, ze nam veel zoekmachines over en ze liep na de opkomst van Google constant achter de feiten aan).

Google is zo verweven met onze samenleving en economie dat ze die positie ook niet snel kwijt zullen raken. Ze hebben hun lot in eigen hand en de kans is klein dat ze die uit handen zullen geven. Zolang ze niet stoppen met innoveren, zal Google de grootste zoekmachine blijven.

Tagged: , ,