Selecteer een pagina
Waarom Google Yahoo (en andere zoekmachines) ver achter zich liet

Waarom Google Yahoo (en andere zoekmachines) ver achter zich liet

Halverwege de jaren negentig brak het gouden tijdperk van de zoekmachines aan. Het internet nam in een razend tempo toe aan populariteit en alles was mogelijk. Om in die nieuwe brij te vinden wat je zocht, werden zoekmachines in het leven geroepen.

Enkele namen uit die tijd zijn Yahoo, AltaVista, Google, MSN Search (later Windows Live Search, nu Bing) en Ask Jeeves (nu Ask). Er waren nog veel meer zoekmachines, maar dit zijn de bekendste namen waarvan de meesten nu nog in meer of mindere mate bestaan.

Van de tientallen zoekmachines die de jaren negentig en de beginjaren van 2000 rijk waren zijn er nog maar een paar over en de onderlinge verhoudingen zijn, qua grootte, extreem. Google is veruit de grootste met een marktaandeel van ongeveer 80%.

De eerstvolgende zoekmachines zijn Bing, Yahoo en Baidu. Bing is de laatste zoekmachine van Microsoft in een serie van eerdere zoekmachines (zoals MSN Search en Windows Live Search). Baidu is een Chinese zoekmachine en Yahoo was vroeger Google’s grootste concurrent. Dat laatste is voor ons nu relevant.

Google en Yahoo, giganten in verschillende tijden

Want ook al is Yahoo tegenwoordig niet de grootste zoekmachine na Google, ze is vroeger voor een tijd wel de grootste en meest populaire zoekmachine geweest. Als je eind jaren negentig en begin tweeduizend aan iemand vroeg, ‘Wat is de populairste zoekmachine op het internet?’, dan was het antwoord steevast, ‘Yahoo’.

In het begin van het nieuwe millennium kwam daar verandering in en stoomde Google alle andere zoekmachines voorbij. Om te achterhalen waarom het zo is gelopen, vergelijken we in dit blog de huidige marktgigant Google met de voormalig marktgigant Yahoo. We gaan kijken naar de achterliggende infrastructuur, het systeem dat de informatie categoriseerde, naar de relevantie van de zoekresultaten en hoe dat de ontwikkelingen heeft gestuurd.

Twee verschillende richtingen

Het werd zoekmachines al snel duidelijk dat het internet snel zou groeien en dat daarmee de aangeboden en opgevraagde informatie haast exponentieel zou toenemen. Ze moesten dus gaan investeren om in de toekomst ook nog hun diensten te kunnen aanbieden.

logo yahoo

Yahoo

Om dit proces bij te kunnen benen en aan de vraag van de gebruiker te kunnen voldoen, is Yahoo gaan investeren in bestaande systemen om alle data op te slaan. Bij NetApp kon Yahoo in een hoog tempo erg veel data kwijt, waardoor ze heel snel de alsmaar toenemende informatie konden opslaan en verwerken. Voor het ophalen van de opgeslagen informatie maakte Yahoo gebruik van een hiërarchisch systeem om de informatie te categoriseren, net zoals dat in een bibliotheek gebeurt met een kaartenbak.

logo google

Google

Google pakte het anders aan. Ze ontwikkelden hun eigen software-infrastructuur, dat uiteindelijk het Google File System zou gaan heten, met de bedoeling dat dit systeem toekomstige toevoegingen, aanpassingen en updates eenvoudig en in één keer kon verwerken. Daarnaast besloot Google om, in plaats van voort te borduren op het bestaande hiërarchische informatiesysteem, een systeem van kruisverwijzingen te ontwikkelen die de gebruiker in staat stelt om zelf de route van informatie te bepalen. Deze kruisverwijzingen zijn de hyperlinks van en naar websites.

Gevolgen op de korte termijn

In de eerste paar jaar was het beeld voor de internetzoekmachines hetzelfde. Yahoo groeide als kool en greep de dominerende positie in de markt. Google daarentegen bleef een beetje achter. Dit was ook het te verwachten en logische gevolg. Google was een heel nieuw systeem en algoritme aan het ontwikkelen, terwijl Yahoo kon voortborduren op het bestaande systeem en kon investeren om heel snel meer servercapaciteit toe te voegen.

In deze snelgroeiende markt kwam ook al snel een vraag opzetten naar meerdere en meer diverse diensten, en het was precies bij deze diensten dat de eerste problemen bij Yahoo zich aandienden.

Gevolgen op de lange termijn

Met elke nieuwe dienst die Yahoo toevoegde, moesten ze hun hele systeem opnieuw ontwikkelen voor die dienst. Als ze bij één dienst dan een probleem tegenkwamen, moesten ze zit probleem voor elke andere dienst afzonderlijk oplossen. Dit betekende erg veel dubbel werk. Daarnaast werd de hoeveelheid informatie die ze opsloegen en moesten ophalen zo onwijs groot, dat ze het haast niet meer konden bijhouden. En tot overmaat van ramp kwam toen Google ineens langszij met hun eigen ontwikkelde software-infrastructuur en zoekalgoritme.

De opkomst van een gigant

Toen Google hun eigen systeem naar buiten bracht, kwam men er al snel achter dat dit zeer accurate resultaten opleverde. Het nieuwe systeem van Google kon meer informatie aan en, nog belangrijker, het kon uit de steeds groeiende massa van websites de meest relevante opties tevoorschijn toveren. De zelf opgezette software-infrastructuur wierp ook zijn vruchten af. Iedere keer dat Yahoo dubbel werk moest doen om een nieuwe dienst te implementeren, kon Google dat relatief eenvoudig in één keer doen. Dit scheelde in kosten en tijd.

Google kon meer uitvoeren voor minder geld en in een kortere tijd. Gecombineerd met relevantere zoekresultaten zorgde dit ervoor dat steeds meer mensen Google gingen gebruiken en Yahoo links lieten liggen. Uiteindelijk leidde dit tot de marktdominantie die Google op dit moment geniet.

Kan Google nu dan achterover leunen?

Voor een groot gedeelte wel. Ze staan gigantisch sterk door hun eerdere investeringen en ze blijven innoveren. Ze kunnen leren van de fouten die Yahoo maakte (die groeide sneller dan ze aankon, ze nam veel zoekmachines over en ze liep na de opkomst van Google constant achter de feiten aan).

Google is zo verweven met onze samenleving en economie dat ze die positie ook niet snel kwijt zullen raken. Ze hebben hun lot in eigen hand en de kans is klein dat ze die uit handen zullen geven. Zolang ze niet stoppen met innoveren, zal Google de grootste zoekmachine blijven.

Bij Ranknet kun je een gratis SEO scan doen vanuit onze website en zo kan je jouw gehele website scannen op verbeterpunten. Wij kunnen altijd helpen de benoemde taken uit te voeren en je webpagina’s en website hoger te laten scoren bij grote zoekmachine Google. 

Mobile first. Wat is het en wat betekent het voor jouw bedrijf?

In 2014 is er een omslag geweest in de manier waarop het internet gebruikt wordt, het aantal mobiele gebruikers steeg toen boven het aantal desktopgebruikers uit. Sindsdien is de Nederlandse, maar ook wereldwijde samenleving steeds meer gaan leven naar het ‘mobile first’ model, waar de voorkeur van datavergaring via het internet ligt bij het gebruik van de mobiele browser. Wereldwijd zijn er inmiddels meer dan 350 miljoen mensen die voor internetgebruik enkel een mobiel bezitten.

Smartphone, de computer voor onderweg.

Wanneer men tegenwoordig contacten bijhoudt, e-mails verstuurt, skype-gesprekken start of het online winkelmandje vult, is men veelal onderweg te vinden. De combinatie van verstedelijking en mobiele technologie heeft er voor weten te zorgen dat we helemaal geen gesprekken meer starten in de trein, maar enkel nog op het mobieltje kijken. Of het nu werkgerelateerd is, we films kijken of het laatste nieuws volgen, de meerderheid van het reizende volk is altijd ‘connected’.

Wat zeggen de statistieken?

In 2016 maakt 65 procent van de wereldbevolking ten minste evenveel gebruik van de smartphone als van een computer. Hoewel een enkeling standvastig volhoudt de mobiel alleen te willen gebruiken om mee te bellen, laten statistieken van het onderzoeksteam van Google zien dat zeker tachtig procent van de Nederlanders over een smartphone beschikt en slechts negen procent helemaal niet beschikt over een mobiele telefoon. Het computerbezit (Desktop, Laptop of Netbook) in 2016 blijft hier met 79 procent op achter. Dit betekent dat de smartphone het wint in populariteit, terwijl het gemiddelde aantal met het internet verbonden apparaten per persoon op 3,4 ligt.

Waarvoor gebruiken Nederlanders de smartphone het meest?

Statistieken die met Google ons deelt wijzen uit dat, van de Nederlanders, wekelijks 63 procent de mail checkt, 56 procent zoekmachines gebruikt, 50 procent sociale media bezoekt, 33 procent online video’s bekijkt en 20 procent productinformatie opzoekt. Deze percentages liegen er niet om en wijzen bedrijven erop mee te moeten gaan in de tendens van het mobiel verbonden zijn.

Hoe moeten we op deze populariteit inspelen?

De stijging van het mobielgebruik heeft directe gevolgen voor de marketing van bedrijven die online gevonden willen worden. Zo stellen de algoritmen van de grote zoekmachines eisen aan de zichtbaarheid van websites op de mobiel. Wanneer, bijvoorbeeld, knoppen te klein zijn om op het smartphonescherm aan te klikken of teksten een te klein lettertype hebben om goed leesbaar te zijn, zal de website minder kans maken om aan een zoekmachinegebruiker te worden voorgeschoteld. Websites moeten responsief zijn, aan een laadtijdstandaard voldoen en ook handelbaar zijn voor mensen met dikke vingers.

Presteert jouw website al goed op de mobiel? Wij kunnen adviezen bieden voor het optimaliseren van de vindbaarheid van je bedrijf op de smartphone.

Hoe je te weren tegen hackers

In de vorige blog hebben wij een vergrootglas gelegd op de waarschuwing van staatssecretaris Dijkhoff dat cybercriminaliteit een steeds grotere dreiging aan het worden is. Daarnaast hebben we enkele voorbeelden uitgelicht van vormen van cybercriminaliteit. In deze blog gaan we het hebben over wat jij zelf kan doen om hackers tegen te gaan.

Ververs je wachtwoorden.

Het eerste en meest belangrijke punt van aandacht waar het gaat om internetbeveiliging is het frequent aanpassen van inloggegevens. Wanneer er een lek wordt gevonden waarmee gebruikersgegevens vrijkomen, zal het platform waarin dit lek gevonden wordt vaak zelf actie ondernemen door een aanpassing van het wachtwoord en mogelijk een aanpassing van de herstelvragen voor dit wachtwoord te verplichten.

Hoewel het gehackte platform zijn eigen probleem heeft opgelost, zijn de gelekte gegevens vaak al naar een externe database geüpload, wat betekent dat de combinaties van gebruikersnamen, e-mailadressen en wachtwoorden op straat liggen. Dergelijke gegevens worden vaak doorverkocht of getest op andere websites en systemen. Op deze manier zijn al gauw je e-mail, internetbankieren en zakelijke systemen kwetsbaar.

Let altijd op je gegevens.

Het tweede punt dat we bespreken valt wellicht enigszins buiten het stereotype van een hacker, maar niet alle cybercriminaliteit bevindt zich binnen de muren van het internet. Door wachtwoorden, vingerafdrukscanners of irisscanners houd je cyberdieven op afstand.

Niet alleen laten we allemaal wel eens de mobiel op tafel liggen, of in de zak van je jas die over een stoel hangt, maar wanneer deze wordt gestolen of op een andere wijze wordt uitgelezen, is ook je digitale profiel kwetsbaar. Met de juiste kennis kan bijvoorbeeld met gemak een bankrekening worden geleegd wanneer de dader over het bijbehorende telefoonnummer beschikt.

Weet waar je inlogt.

Een derde aandachtspunt is het zorgvuldig omgaan met publieke Wi-Fi netwerken. Het is voor de meeste ervaren hackers zeer gemakkelijk om in deze netwerken binnen te dringen, al dan niet met behulp van signaalontvangers en/of -verstoorders. Het is zo bijvoorbeeld geen ongewone gedachte dat een hacker een eigen publieke netwerk aanmaakt op een vliegveld en dit netwerk simpelweg “Free Airport Network” noemt. Dit is een perfecte val voor veel wachtenden bij de gates en maakt het voor de hacker kinderspel om mee te kunnen kijken wanneer je gevoelige data invult of deelt. Hou in het geval van publieke netwerken dus altijd goed in de gaten wat je verstuurt.

Wanneer je vaak gebruik maakt van publieke netwerken, is het aan te raden om een twee-factor authenticatie in te stellen. Dit houdt in dat je bij het invullen van een wachtwoord een extra code moet invullen, die je bijvoorbeeld ontvangt in de vorm van een sms, zodat een hacker alsnog onvoldoende informatie heeft om op jouw accounts in te kunnen loggen.

Weet wat je meegeeft.

Het laatste en meest belangrijke punt dat we in dit artikel willen behandelen heeft te maken met meewerking. Internetsystemen van grote bedrijven zijn vaak met een combinatie van wachtwoorden en gegevens beschermd, denk bijvoorbeeld aan hoe vaak je al hebt moeten invullen wat de naam van je eerste huisdier is of hoe je basisschool heette. De kracht achter deze vragen is dat dit een extra beveiligingslaag wordt toegevoegd. De zwakte is dat deze laag vaak makkelijk uit te vogelen is. Let daarom altijd goed op aan wie je wat vertelt en maak het voor jezelf onmogelijk om deze informatie per ongeluk te delen door niet te voorspelbare antwoorden voor deze vragen te gebruiken.

Zoals in ons artikel van 13 oktober te lezen was, heeft onze staatssecretaris van Veiligheid & Justitie kort geleden een waarschuwing gegeven waarmee hij de groeiende dreiging van cybercriminaliteit benadrukt. Het is de verantwoordelijkheid van iedereen om zijn of haar gegevens veilig te houden, niet alleen omdat het individu kan worden geschaad, maar vooral ook omdat een groot systeem staat of valt op deze individuen.

Cyberdreigingen, realiteit of fictie?

Een maand geleden kwam staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid & Justitie met een waarschuwing dat Nederland te maken heeft met een steeds grotere en realistischere dreiging van cybercriminaliteit. Cybercriminaliteit komt steeds vaker en op grotere schaal voor, maar wat valt onder een cyberdreiging, welke vormen zijn er en vormt het een echte bedreiging?

Cyberdreiging in de werkelijkheid

Cyberdreiging, cybercriminaliteit, cyberterrorisme, cyberspionage, cyberextremisme. Dit is zomaar een greep uit het jargon dat wordt gebruikt om het digitale dataverkeer, de veiligheid daarvan en de criminelen uit die wereld te omschrijven. Voor veel mensen zal dit heel erg aanklinken als scènes uit films zoals Hackers, The Matrix, Swordfish en Fifth Estate, om nog maar te zwijgen over het grote aanbod aan series waar hackpraktijken aan de orde van de dag zijn. Het algemene beeld is wel vaak hetzelfde: iemand zit heel veel op een toetsenbord te typen en aandachtig naar een scherm te kijken. Na wat wisselende beelden en getalletjes op een scherm is er ineens resultaat en heeft de hacker in kwestie ergens ingebroken, iets veranderd of een aanval afgeschermd.

Voor veel mensen is dit de werkwijze van een typische hacker en heeft het ook allemaal die Hollywoodsfeer. Men weet niet of een hacker in staat is om een Facebookaccount te kraken, al je persoonlijke informatie te stelen en daar ergens zijn of haar voordeel met te doen. Hetzelfde geldt voor het hacken van je bankrekening als je bezig bent met internetbankieren of het hacken van de website van je bedrijf.

Wat is een cyberdreiging?

Een cyberdreiging is elke criminele of terroristische (wat eigenlijk ook onder crimineel zou kunnen vallen) vorm van dreiging die is uit te voeren of plaatsvindt via het internet. In een artikel op Nu.nl zegt staatssecretaris Dijkhoff van Justitie & Veiligheid dat cyberaanvallers zicht richten op de “ondermijning van politiek en bestuur en het verstoren of saboteren van diensten en processen waar overheden en de samenleving van afhankelijk zijn voor hun functioneren.” Daarna voegt hij toe dat ook het militaire apparaat van Nederland onderhevig is aan cyberaanvallen.

Een cyberdreiging is dus het ontregelen van de Nederlandse staat, de economie, de samenleving en de veiligheid van Nederland via het digitale dataverkeer, oftewel, het internet. Hier valt dus al het internetverkeer onder; het gebruik van sociale media, WhatsApp, surfen op websites, online winkelen, Netflix gebruiken, muziek luisteren via streamingdiensten, etc.

Welke vormen zijn er van cyberdreigingen?

Net als elk ander ding op het internet zijn er ook van cyberdreigingen veel verschillende vormen en zijn die ook constant in ontwikkeling. Maar om toch meer inzicht te krijgen in deze digitale criminaliteit, worden er een paar vormen uitgelicht.

  • Spearphising:

    Dit is een methode waarbij men gebruik maakt van e-mails die lijken te komen van bekend persoon of bedrijf en waarbij ze door het klikken op de links in de mail of door een e-mailadres in te voeren op illegale wijze persoonlijke gegevens weten te krijgen. Zo kunnen ze inloggegevens, bankgegevens, bedrijfsgegevens of andere persoonlijke informatie verkrijgen op onrechtmatige wijze en die ook onrechtmatige gebruiken voor hun eigen doeleinde.

  • DDoS-aanvallen:

    Dit is een methode waarbij het niet gaat om ergens financieel voordeel uit te halen, maar puur om de ontwrichting van een website, server of dienst. Deze ontwrichting doen ze door de server te overbelasten met Dit gebeurt op grote schaal. Op één gegeven moment kan de server de hoeveelheid aanvragen niet meer aan en valt uit. Dit is al verscheidene keren in het nieuws geweest en is met name een probleem voor grote dienstverleners zoals overheidswebsites, websites zoals 9292.nl en websites van ziekenhuizen of huisartspraktijken. Daarnaast hebben ook streamingdiensten zoals Netflix en gameservers van bijvoorbeeld het PlaystationNetwork last van deze vorm van cybercriminaliteit.

  • Ransomware:

    In dit geval worden belangrijke software of gegevens ‘gegijzeld’ door een cybercrimineel of door een groep van cybercriminelen. Er wordt dan ook wel gesproken van een digitale gijzeling. Deze vorm is de laatste jaren erg populair geworden onder cybercriminelen, omdat mensen zich vaak niet bewust zijn van de gevaren die ze online lopen waardoor hun gegevens makkelijk te ‘ontvoeren’ zijn.

Is cyberdreiging een reëel gevaar?

In onze huidige, moderne samenleving is de digitale wereld nog altijd aan een grote ontwikkeling onderhevig. Was het tien jaar geleden nog ondenkbaar dat in elk huis een computer stond, dan is het nu ondenkbaar dat niet in elk huishouden een computer of tablet aanwezig is. Met deze ontwikkeling neemt ook de dreiging van digitale criminele activiteiten toe, omdat ze steeds meer mogelijkheden hebben om digitaal in te breken.

Als bedrijf tel je niet meer mee als je geen website hebt en als bank ben je haast verplicht om aan internetbankieren te doen. Bijna alles staat tegenwoordig online, van je belastingaangifte en wat je leuk vindt tot aan wat je bij de supermarkt koopt en je medische dossier.

Vroeger bewaarde je als bedrijf en als persoon alle belangrijke gegevens in een kluis of onder de matras, zodat niet Jan en alleman erbij konden. Tegenwoordig staat alles online, maar denkt men minder na over de veiligheid ervan, terwijl er meer mensen bij kunnen dan voorheen en de toegang vaak makkelijker te kraken is.

Kortom, cyberdreiging is een reëel gevaar. Gewaarwording van deze dreiging is de eerste stap in het veiliger maken van onze online wereld. Concretere stappen om de veiligheid te verbeteren zijn te lezen in deze blog.

Groei online aankopen stijgt verder

De laatste cijfers omtrent de groei van online winkelen zijn weer binnen. Benieuwd wat dit voor uw bedrijf betekent? In 2015 gaf een gemiddelde online winkelaar zo’n 950 euro uit aan aankopen via het internet. In hetzelfde jaar gaf Europa ruim 455 miljard euro uit aan online producten en diensten. In 2016 zal dit volgens het online onderzoekbureau GfK uitkomen.

Online geld verdienenOok in Nederland zien de cijfers er weer positief uit voor de online markt. Volgens de resultaten die het onderzoeksbureau ons afgelopen donderdag liet zien, is in het eerste kwartaal van dit jaar reeds 4,89 miljard euro in online aankopen omgezet. Dit is een stijging van 13% ten opzichte van de 4,4 miljard die in het eerste kwartaal (Q1) van 2015 is omgezet.

Verder verwacht GfK dat in 2016 10% van de aankopen in de detailhandel online worden afgehandeld, een aanzienlijk percentage dat u zichzelf niet wil ontzeggen.

Wat houdt dit voor uw bedrijf precies in?

Het valt volgens deze cijfers niet te ontkennen dat uw website invloed heeft op de afname van uw dienst of producten. Het beginnen van een webshop om uw artikelen aan te bieden, zorgt ervoor dat u deze markt niet links laat liggen.

Hoge posities in de zoekresultaten

De positie van uw webshop in de zoekresultaten is van essentieel belang in het maximaliseren van het percentage van online aankopen bij uw bedrijf. Een nummer één positie bij een zoekwoord betekent veelal dat rond de 30% van de zoekers uw website uitkiezen. Bij nummers twee tot en met vijf liggen deze percentages verspreid over 18% tot 4%.

Vanaf de tiende positie worden de resultaten op de tweede pagina van Google weergegeven. Dit gaat ten koste van het aantal bezoekers. Een tiende plek haalt slechts 1,5% van de zoekers binnen.

Bent u geïnteresseerd in hoe Ranknet uw bedrijf kan helpen met de groei van uw bedrijf?
Plan een afspraak in en kom langs om de mogelijkheden te bespreken.

Semantiek, de ogen van Google

Semantiek is het lezen van de betekenis van woorden in taal. Google Hummingbird stuurt het algoritme aan om vanuit een semantisch perspectief websites te indexeren. Voor Google houdt dit in dat het totaal aan teksten dat gekoppeld is aan een website wordt omgezet in een kunstmatig begrip van de betekenis hiervan. Je zou kunnen zeggen dat het algoritme achter deze zoekmachine een bewustzijn heeft ontwikkeld.

Een zoekmachine in de browser

Een verandering met grote gevolgen

Vóór de Hummingbird update, was het mogelijk om Google om de tuin te leiden door strategische plekken op een website te vullen met keywords. Tegenwoordig werkt dit echter averechts en is het verstandig uw website hierop te laten controleren.

De nieuwe wijze van het rangschikken van websites, die de Hummingbird update medio 2013 ontketende, hield voor SEO-experts in dat ze zich nu ook moesten gaan focussen op de correctheid en relevantie van artikelen, berichten en reacties.

Spreek ik met Google?

Door enkel relevante informatie te verschaffen en deze op effectieve wijze van onderlinge structuur te voorzien, gaan websites als het ware een gesprek aan met de zoekmachine. Door dit gesprek zo soepel mogelijk te laten verlopen, krijgen de websites automatisch een hogere positie in de zoekresultaten dan websites die minder goed met Google kunnen communiceren.

Een unieke aanpak voor een unieke situatie

Bij Ranknet was deze update hét doorslaggevende moment om ons volledig te richten op het aanleveren van kwalitatief sterke SEO.

In de afgelopen drie jaar heeft Ranknet een unieke aanpak ontwikkeld, waarmee wij het semantische algoritme van Google zo nauw mogelijk volgen en tevreden stellen. Deze methode heeft als bijkomstigheid dat de content, voor het oog van de organische bezoeker, behulpzaam en volledig is.

Wilt u weten of uw website al is ingericht naar de nieuwe standaard van Google? Laat uw website vandaag nog nakijken.

 

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten